Gezondheid
Zoals ik u al toelichtte op de startpagina van deze site staat er op deze pagina het 1 en ander uitgebreid over gezondheid en de handelswijze in onze kennel met daaraan gekoppeld een uitleg naar de pupprijs. Laat ik u wederom beginnen te vertellen dat geen enkele fokker kan garanderen dat al zijn gefokte honden gezond zullen blijven tot hoge ouderdom zelfs niet met een grote erelijst. Ik doel natuurlijk op het hoge verwachtingpatroon van de aangeschafte pup.Soms wordt er een te hoge verwachting gewekt door de fokker en dit is vaak niet geheel realistisch maar ook de toekomstige eigenaar laat zijn geest wel eens teveel de vrije loop en dit dwaalt dan meer af dat hij denkt een ware kampioen in huis gehaald te hebben. Ik leg u uit: Iedereen maakt kans een goede pup te kunnen kopen maar men moeit zich realiseren dat als zijn hond tot een bijzonder exemplaar uitgroeit dat men of geluk heeft gehad of dit is gegund door de fokker. Maar natuurlijk is het wel zo dat men een Bull Terrier moet aanschaffen voor het genoegen en dus opgevoed dient te worden als gewone huishond. Er zijn zoals u waarschijnlijk al weet verschillende “soorten fokkers”

Als 1e noem ik de ”hondenfokfabrieken” waar veel verschillende rassen aanwezig zijn en soms ook Bull Terriers. Hier wordt vaak met slecht materiaal gefokt en de pups worden zo goedkoop mogelijk gevoed,er wordt bij wijze van spreken een bak korrels bij het water gezet en verder zoeken ze het maar uit. Soms laat de huisvesting veelal te wensen over maar zelfs als dit wel in orde is missen deze pups het contact met de buitenwereld en vaak zijn ze angstig en schuw omdat socialisering en menselijk contact op jonge leeftijd zo hoog nodig is en dit zeer zeker de eerste weken. Deze pups worden soms ook wel eens via dierenwinkels verkocht. Gelukkig zijn er ook fokkers met wel goede ingerichte kennels en soms zelfs met een kraamkamer.Vaak fokken zij met maar 1 ras en kosten noch moeite worden bespaard om dit zo goed mogelijk te doen. Dure honden worden geïmporteerd om hun ’stam’ te verbeteren en zijn pas tevreden als hun honden het predikaat uitmuntend of nog liever grote prijzen weten te winnen.Ook bestaat de categorie de kleinere tot zeer kleine serieuze fokkers. Deze bezitten slechts enkele teven, vaak gewoon als huishonden. Krijgt de teef puppies,dan is het hele gezin erbij betrokken en deze pups groeien heerlijk vrij op. Er wordt veel zorg besteed aan het afleveren van goed gevoede en gezonde hondjes aan nieuwe eigenaars. En als laatste noem ik u de leek die zonder de minste kennis van zaken met deze dieren gaat fokken omdat het zo leuk is een nest jonge hondjes te hebben, als de pups verkocht moeten worden gaan plotseling alle kosten meespreken, zoals voeding, huisvesting en onderhoud meespreken. Soms liggen deze prijzen zelfs hoger dan bij de serieuze fokker, die met goed materiaal en kennis van zaken fokt. Het is dus raadzaam alvorens een Bull Terrier aan te schaffen inlichtingen in te winnen bij de diverse fokkers wat vandaag de dag in het digitale tijdperk niet zo heel moeilijk meer is maar met de opmerking dat een telefonisch gesprek gevolgd door een afspraak natuurlijk de beste manier is om informatie te achterhalen. Als laatste wil ik nogmaals over dit onderwerp kwijt dat het grootste deel van de Bull Terriers louter en alleen wordt aangeschaft voor het genoegen en dus wordt opgevoed als gewone huishond En nogmaals er is geen enkele fokker die kan garanderen dat al zijn gefokte honden gezond zullen blijven tot hoge ouderdom, hij kan de beste intenties hebben en het zo goed mogelijk voor hebben, garanderen kan hij het niet.



Kijkend naar de pupprijs van de pups denk ik dat met het hierboven beschreven u zelf al het 1 en ander kunt opmaken.. De fokkerij is een gelegenheidshobby, de “echte fokker” bekijkt de zaak navolgend. Hij ziet in zijn fokkerij de grote mogelijkheid zelfs iets te scheppen. Er ontstaat een nieuw levend wezen, dat hij heeft gepland, waarop hij zoveel hoop heeft gevestigd. Hij observeert het iedere dag, vele uren lang. Het doet hem plezier moeder en kind te verzorgen, het lichamelijke en geestelijk opgroeien van de pups in het oog te houden, zonder overwegingen omtrent het nut van de zaak. Ook als hij later vaststelt, dat het fokken van honden geld kost, dan speelt dat helemaal geen rol vergeleken met het geluk, dat zulke “zelfgemaakte schepsels” schenken. Ruim de helft van onze gefokte Bull Terriërs in onze fokkerij hebben wij onder voorwaardenvoor niks hebben weg gegeven maar hier toch even goed wel de kosten voor hebben gemaakt. Persoonlijke gedachtegangen waren hier vaak de oorzaak van en we zijn nog altijd van mening dat een hobby geld mag kosten.En natuurlijk konden wij op deze manier onze kleine fokkerij in stand houden, maar u zult begrijpen dat hierdoor wel geld meegenomen moest worden. Vandaag de dag vragen wij €1000 voor een pup en geven wij het dwingende advies mee de pup te laten verzekeren, als voorbeeld haal ik in deze altijd aan dat er ooit een hond van ons tijdens een speelbui in het park precies met zijn voorpoot op volle snelheid in een gat stapte en zijn poot brak. Er ontstond een gecompliceerde breuk waarvan de uiteindelijke kosten ruim €2000,- waren voordat hij genezen werd verklaard. Voor zulke gebeurtenissen is het een veilig gevoel te weten dat in ieder geval de kosten gedekt zijn.

In de 1 na laatste alinea zijn gedeeltes overgenomen uit het boekje “De Bull Terrier” geschreven door Dieter Fleig, dit is een boekje die ik 24 jaar geleden voor het eerst las en wat ik vandaag de dag nog steeds een aanrader vind voor toekomstige Bull Terrier eigenaren.



Het navolgende geeft algemene informatie over de gezondheid van honden en wat natuurlijk ook geld voor een Bull Terrier.

Gezondheid
Ook een hond wordt wel eens ziek. Iedere eigenaar moet weten hoe ziekten vroegtijdig kunnen worden herkend en hoe de viervoetige patiënt weer snel genezen kan worden.

Grondige ziektepreventie voor de hond betekent ¬ dat je zijn lichamelijke gesteldheid en zijn gedrag goed genoeg kent om snel op verande¬ringen te kunnen reageren. Veel ziekten zijn minder ernstig en kunnen effectiever worden bestreden als ze in een vroeg stadium worden behandeld. Iedere hondenbezitter dient te weten wat er moet gebeuren als zijn dier zich verwondt, ernstig ziek wordt of een operatie moet ondergaan. Het succes van de therapie van de dierenarts hangt niet in de laatste plaats van de daadkrachtige ondersteuning van de eigenaar af.

De hond leeft tegenwoordig nauwer met ons samen dan ooit tevoren. Zijn voortdurende nabijheid garandeert tevens dat we het meestal meteen doorhebben als hij zich anders ge-draagt dan normaal – alleen maar tegenstrib¬belend meewandelt, geen zin in spelen met de kinderen heeft of de helft van zijn lievelings¬voer laat staan. Bij de dagelijkse verzorging voelt de eigenaar het knobbeltje onder de vacht en ziet ook het ontstoken bindvlies in het oog niet over het hoofd. Samen met consciëntieuze voorzorg tegen ziekte behoedt vroegtijdige herkenning van aandoeningen de hond het best voor ernstige gezondheidsproblemen.

De gezonde hond in één oogopslag:
- Honden zijn nieuwsgierige schepsels: een gezonde hond heeft belangstelling voor alles wat zich in zijn omgeving afspeelt.
- Hij staat rechtop met opgeheven kop, zijn lijf heeft een natuurlijke spanning.
- Hij beweegt makkelijk en gelijkmatig, zon¬der met een poot te trekken of te hinken.
- Zijn oren zijn voortdurend in beweging (bij hangoren aan de oorwortel te herkennen) en reageren op elk geluid.
- Zijn ogen zijn helder en zonder afschei¬ding, de binnenkant van de oogleden is roze.
- Zijn neusspiegel is vochtig.
- Hij heeft trek in zijn eten, geen problemen met de voedselopname en geen slechte adem.
- Hij drinkt regelmatig, maar niet te veel.
- Hij schudt niet steeds met zijn kop of krabt aan zijn oren.
- Zijn vacht vertoont geen kale plekken, de haren zijn dof noch broos. Hij krabt niet opvallend vaak en knabbelt of likt niet voort¬durend in de vacht.
- Hij doet meerdere keren per dag zijn behoeften. De stoelgang is goed gevormd, de urine normaal van kleur en vrij van bloed. Zijn anus is niet aangekoekt en ook niet besmeurd, de genitaliën is schoon.

Inentingen
Slechts volledige vaccinatiebe¬scherming biedt zekerheid tegen besmetting met infectieziekten. Hiertoe behoren de basis¬immunisering van de pup en jaarlijkse herha¬lingsinentingen.

Voeding

Adequate en uitgebalanceerde voeding versterkt het weerstandsvermogen en bevordert genezing. Gebrekkige voeding en verkeerd voer leiden tot een slechtere lichaams¬ontwikkeling, verhogen het risico op parasie¬ten en besmetting, veroorzaken tandkwalen en problemen met vacht en huid. Dikke honden zijn veel vatbaarder voor ziekten.

Houden en verzorgen
Een hond heeft een roedel nodig. De nabijheid en zorg van de eigenaar of het gezin zijn voor zijn welzijn onontbeerlijk. Kennelhonden en verwaar¬loosde dieren worden ziek in lichaam en ziel. Consciëntieuze verzorging is de basis voor een goede gezondheid.

Identificatie

Naast de hondenpenning moet iedere hond een label met adres en telefoon¬nummer van de eigenaar dragen en door mid¬del van tatoeage of microchip zijn gemerkt. Bij ongevallen en andere noodsituaties kan via de identificatie de bezitter worden gevonden.

Hiervan worden honden ziek
Als honden psychisch lijden, worden ze ziek. Afhankelijk van zijn psychische stabiliteit en persoonlijkheid reageert een hond met meer of minder opvallende gedragsgebreken en ziektesymptomen.

Deze situaties kunnen tot wangedrag en ziekte leiden:
Levensgewoonten: veelvuldige afwezigheid van de eigenaar, onregelmatige dagindeling, ruzies in het gezin.
Roedelstructuur: scheiding, komst van een baby, nieuw huisdier.
Leefomstandigheden: verhuizing, onvoldoende beweging, gehouden worden in kennel, geen eigen plek, extreem dominante soortgenoot.
Dier-mensverhouding: verwennen, lijfstraf, ontbrekende genegenheid en verzorging, inconsequente opvoeding.

Checklist veelvoorkomende symptomen van ziekte van de hond
Veelvoorkomende symptomen van ziekte van de hond, die elke hondeneigenaar serieus moet nemen:
Aanhoudende diarree: eventueel voerproblemen, direct naar de dierenarts.
Voortdurend braken: vaak maag en darmen, naar dierenarts gaan.
Gebrek aan eetlust: wijst bij verhoogde temperatuur eventueel op infectie.
Koorts: meestal teken van ernstige ziekte. Naar de dierenarts.
Slechte adem: tandsteen, maagslijm¬vliesontsteking, gastritis.
Krampen: vergiftiging, epilepsie, calciumgebrek bij zogende teef.
Harde stoelgang: verkeerde voeding (teveel botten), gebrek aan beweging.
Kopschudden: oorontsteking, mijten in oor of vreemde voorwerpen.
Haaruitval: darmparasieten, schimmels, nierproblemen, infecties.
Jeuk: allergieën, diabetes, vacht- en huidparasieten.
Sleetje rijden: verstopte anaalklieren, dichtgeplakte anus, lintworm.
Bloed in de urine: ontsteking, blaas¬stenen, penisletsel.
Bloed in de ontlasting: vergiftiging (rat¬tengif), meestal tegelijk braken.
Tranende ogen: ontstoken oogslijmvlies, allergie, vreemde voorwerpen.

Fitte, energieke honden zijn een genot om om je heen te hebben. Om ze fit en gezond te krijgen en te houden zijn voeding en beweging van essentieel belang.

Honden hebben naast goede voeding gepaste beweging nodig. Wat passend is voor jouw hond hangt af van zijn leeftijd, zijn bouw en zijn gezondheid. Elke dag vrije beweging waarin de hond zich kan uitleven tijdens rennen, springen, snuffelen, zwemmen en graven is een absolute noodzaak om de hond fysiek en mentaal fit en gezond te houden. Net als mensen kunnen honden ziek worden. Zodra u vermoedt dat uw hond ziek is dan is een telefoontje aan of een bezoek aan de dierenarts wenselijk. Het is gebruikelijk om uw hond na de verplichte puppyentingen jaarlijks te laten inenten, het jaarlijkse ent schema staat weliswaar ter discussie omdat deze entingen mogelijk niet elk jaar nodig zijn en de entstof niet gezond is voor een hondenlijf. Uw dierenarts kan u hier meer over vertellen.

Verzorging
We houden allemaal van onze hond en willen hem het beste geven. Een goede verzorging houdt dan ook niet op bij de juiste opvoeding en een goede training. Hieronder volgt een overzicht van aandachtspunten voor de verzorging van de hond zodat de hond in een optimale conditie en gezondheid verkeert.

Parasieten
Parasieten zijn dieren voor hun overleving afhankelijk zijn van andere dieren en hun gastheer daarbij schade kunnen toebrengen. Er zijn drie typen parasieten die bij de hond vaak voor komen, te weten: vlooien, teken en wormen. Omdat deze ongenode gasten veel ongemak en soms zelfs medische problemen kunnen veroorzaken is het belangrijk om besmetting te voorkomen.



Vlooien

Vlooien zijn veel voorkomende paasieten bij de hond. Ze veroorzaken veel problemen, waaronder jeuk en het daarbij komende krabben. De problemen die vlooien kunnen veroorzaken worden vaak onderschat. Een ruwe schatting geeft aan dat ongeveer 40% van alle huidklachten die bij de dierenarts terechtkomen op een of andere manier met vlooien te maken heeft. Het kan zijn dat honden overgevoelig zijn voor vlooien en dan is één vlo al voldoende om problemen te veroorzaken. Maar ook wormen worden overgebracht door vlooien. Vlooien gaan graag op voor de hond moeilijk bereikbare plaatsen zitten, zoals bij de staartaanzet en achter de oren. Wanneer een hond eenmaal vlooien heeft kan de verspreiding heel snel gaan. Vlooien kunnen tussen de 6 en 12 maanden oud worden, leggen ongeveer 40 eitjes per dag en springen gemakkelijk over op een voorbijganger. Een plaag treedt meestal op in de zomer. Mensen- en hondenvlooien zijn nagenoeg uitgestorven, maar meestal betreft het kattenvlooien die bij gebrek aan beter ook wel de hond verkiezen, of, meer zelden, de mens.

Preventie
Voorkomen is natuurlijk beter dan bestrijden. De beste manier om vlooien te voorkomen is het huis goed schoon te houden. Wanneer er regelmatig en intensief wordt gestofzuigt, waarbij extra aandacht wordt besteed aan tapijten, matjes, honden- en kattenmanden, kussens en allerlei spleten waar vlooien en hun larven zich kunnen schuilhouden, zal een eenmaal opgelopen vlo zich minder snel verspreiden tot een ware plaag. De larven van de vlo leven immers van klein afval zoals huidschilfers enz...
Vlooien kunnen ook voorkomen/verdreven worden door kamille, lavendel, korianderzaad en boerenwormkruid in de mand van uw huisdier te strooien. Je dier inwrijven met eucalyptusolie of dagelijks een knoflooktabletje geven schrikt het ongedierte ook af. Verschillende merken brengen ook sterk geurende vlooienbanden op de markt die de vlooien verjagen en geen bestrijdingsmiddelen bevatten.
Daarnaast is het goed om je hond regelmatig te controleren op de aanwezigheid van vlooien. Dit doe je met een fijne kam. Je kamt dan de haren uit waarbij je begint op de favoriete vlooien plaatsen.

Voorkomen kan ook door gebruik te maken van vlooien bestrijding middelen. Dit zijn chemische stoffen die de vlo doden. Vaak krijgen wij de vraag of die chemische stoffen dan niet slecht zijn voor de hond. Natuurlijk zijn deze middelen op veiligheid getest. Bovendien is het oplopen van een vlooien besmetting beslist minder gezond.

Bestrijding
Zeker in geval van een vlooienplaag is het belangrijk alle plaatsen waar het dier regelmatig komt goed schoon te maken. Verreweg de meeste vlooien, en vooral de larven, bevinden zich namelijk in het huis en niet op het dier. Vergeet vooral de auto niet, dit is de plaats waar honden vaak opnieuw onder de vlooien komen te zitten. Werp de stofzuigerzak steeds goed afgesloten weg.
's Nachts kan je vlooien vangen door een kaars te branden in een lage bak met water, wat afwasmiddel en slaolie. De vlooien springen naar het licht, belanden in het water en verdrinken. Het afwasmiddel en de olie voorkomen dat ze blijven drijven.
Kam het huisdier regelmatig met een vlooienkam en verdrink de gevangen vlooien in een bakje zeepsop. Was desnoods het hele dier in een handwarm bad met een niet te sterk ontvettende shampoo zoals babyshampoo. Speciale vlooienshampoos met bestrijdingsmiddelen zijn niet nodig, in zeepsop verdrinken de vlooien ook.
Als je toch je hond behandelt met poeders, sprays, vloeistoffen, tabletten of shampoos, koop er dan liefst met methopreen. Dit is een voor de mens en het huisdier vrij onschadelijke stof die niet alleen de vlooien, maar ook hun larven doodt. Ook pyrethrinen en pyrethroïden zijn aanvaardbaar. Gebruik echter nooit een middel voor de hond op een kat en volg de gebruiksaanwijzing strikt. Alle verpakkingen en resten zijn chemisch afval en dienen dus met de milieubox ingeleverd te worden.

Teken
Teken komen mischien niet zo vaak voor als vlooien maar ze kunnen in de zomermaanden toch voor heel wat overlast zorgen. Vaak worden teken opgelopen na een wandeling in het bos of de duinen. Teken houden zich daar op in de begroeing en zodra ze een warmbloedig dier voelen laten ze zich vallen. Er zijn meer dan 1000 verschillende soorten teken waarvan sommige ziekten over kunnen brengen (waaronder de ziekte van Lyme, die ook bij de mens kan worden overgebracht door een tekenbeet). Zeker wanneer je de hond meeneemt naar een zuidelijk vakantieland is het daarom noodzaak je hond tegen teken te beschermen.Teken voeden zich met bloed va hun gastheer. Om dat te kunnen doen dringen ze met hun kop in de huid en zetten zich daar met behulp van weerhaken vast. Het overbrengen van ziekten gebeurt meestal pas na ongeveer 48 uur. Je kan door je hond te inspecteren voelen waar een teek zich vastgezet heeft. Met behulp van een tekentang is de teek te verwijderen waarna je het plekje wat achterblijft met wat Betadine® oplossing kan schoonmaken. Probeer niet om de teek eerst te verdoven met alcohol of ether. Dat kan er alleen maar voor zorgen dat hij eerder overgaat tot het besmetten van z'n gastheer. Gelukkig zijn er goede remedies tegen teken te krijgen.

Wormen

Wormen vormen een groep parasieten die inwendig bij de hond voor overlast kunnen zorgen. Vaak dragen pasgeboren pups al wormen met zich mee. Daarom is het van belang dat een fokker de hondjes op tijd laat ontwormen. Honden kunnen wormen oplopen door het eten van ontlasting van andere honden, via vlooien, via contact met andere honden of door het eten van dode dieren zoals ratten of muizen. Besmetting van hond op mens is ook mogelijk. Er zijn een aantal verschillende soorten wormen die de hond lastig kunnen vallen; zweepwormen, lintwormen en spoelwormen. Wormen kunnnen diarree veroorzaken en verstoren de voedselopname. Wanneer honden met hun achterste over de grond schuren (het zogenaamde 'sleetje rijden') is dat een teken dat er waarschijnlijk sprake is van een worminfectie.

Bestrijding

Interne parasieten, zoals spoelworm en lintworm kunnen de weerstand van uw pup aantasten. De hond moet regelmatig ontwormd worden, voor de eerste keer op drie, dan op vijf en daarna op zeven weken. Vraag aan de fokker wanneer uw puppy laatst ontwormd werd en wanneer een herhaling nodig is.



Voeding
Het voedsel mag niet te warm of te koud zijn. Best is kamertemperatuur. Verwijder het resterend voedsel na ongeveer een half uur. Bedorven voedsel geeft diarree en trekt vliegen aan. Bewaar geopende blikken en zelf klaargemaakt voedsel niet langer dan twee dagen in de ijskast. Was na elke maaltijd de eetpot uit met heet water om bacterievorming te voorkomen.
Er moet altijd een drinkpot met fris water in het bereik van de hond staan, zodat hij op ieder moment zijn dorst kan lessen. Laat de hond rustig en ongestoord eten en drinken.
Sterk gekruid voedsel kan de nieren van uw hond aantasten. Zoetigheden en chocolade tasten de tanden aan en doen uw hond verdikken.
Overgewicht remt de normale ontwikkeling van het beendergestel van uw jonge hond. Ook op latere leeftijd heeft overgewicht zijn gevolgen : voorbeeld - hartproblemen.

Vaccinatie
Er zijn vijf gevaarlijke infectieziekten die het leven van uw hond in gevaar kunnen brengen: ziekte van carré, hepatitis, leptospirose, rabiës en parvo-virus. Zij worden overgebracht door virussen of bacteriën, waarmee uw hond bijna overal in contact kan komen. Vaccinatie beschermt de hond tegen deze vijf aandoeningen.
Een vaccinatie geeft maar een volledige bescherming indien ze op regelmatige tijdstippen herhaald wordt. De datum van inspuiting en de naam van het vaccin worden ingeschreven in het Diergeneeskundig Paspoort van uw hond.
De data voor de herhalingvaccinaties worden u meegedeeld door de fokker en later door de dierenarts.

Huid en haar
Huid en haar moeten gezond en schoon zijn. Controleer op kale plekken, huidschilfers of plotseling veel haaruitval. De huid moet droog, soepel en niet vet aanvoelen. Door de hond te aaien ontdek je ook snel wanneer een bultje of gezwel zich ergens voordoet.

Wanneer je je hond uitlaat bekijk dan even hoe hij zich beweegt. Een spierontsteking, gewrichtsproblemen maar ook buikklachten kunnen zorgen voor een andere manier van bewegen.

Oren
Controleer regelmatig de binnenkant van het oor. Dit dient schoon te zijn met eventueel wat haar er in. Wanneer je een bruinige smeer of korstjes in het oor ziet, maak het oor dan met een gaasje gedrenkt in lauw water schoon en check dit een aantal dagen daarna weer. is het oor dan weer vuil dan kan is er waarschijnlijk sprake van oormijt. De dierenarts kan dit snel en afdoende verhelpen.
Een gezond oor is schoon en reukloos. Is het oor aan de binnenkant fel rood of komt er een zwarte of groene substantie uit, ga dan even langs de dierenarts. Grote kans dat de hond een oorontsteking heeft. Vaak is een oorontsteking ook te ruiken: er komt dan een vieze geur uit het oor.

Ogen
De ogen van een hond moeten schoon en helder zijn. De oogleden hebben als functie de oogbol vochtig en schoon te houden. Door als een wisser eventuele vuiltjes weg te vegen kunnen deze zich ophopen in de ooghoeken. maak dit schoon met een doekje bevochtigd met uitgekookt water. Wanneer er binnen 24 uur weer veel afscheiding is te zien, ga dan naar de dierenarts.

Natte neus?
De neus zegt niet zoveel over de gezondheid van de hond. Een natte, koude neus betekent niet persé een gezonde hond en een warme neus niet persé een zieke hond. De neus moet niet gebarsten zijn en er mag geen uitscheiding uit komen.



Bek
Wanneer je de binnenkant van de bek bekijkt dan moeten de lippen en tandvlees goed doorbloed uitzien. Zeer bleek tandvlees is een indicatie dat de doorbloeding niet goed is. Fel rood tandvlees is een indicatie voor een ontsteking. Wanneer je met je vinger op het tandvlees boven de hoektand drukt ontstaat een bleke vlek. Deze moet binnen 2 seconden weer zijn weggetrokken. Is dat niet het geval raadpleeg dan de dieren arts. Er kan iets mis zijn met de bloedsomloop. Het gebit moet schoon zijn zonder al te veel aanslag. Ruik ook de adem van je hond. Een slechte adem kan een indicatie zijn voor een ontsteking.

Tanden poetsen?
Tegenwoordig zijn honden tandenborstels en honden tandpasta verkrijgbaar. Maar is dat nu ook echt nodig? Dat hang van een aantal dingen af. Sommige honden hebben eerder last van een slecht gebit dan andere en dat kan een overweging zijn om het gebit van de hond op die manier te verzorgen. Wanneer honden geen brokvoedsel maar diner of blikvoer krijgen geeft dat ook vaak meer last van tandsteen. Een hond die een goed brokvoer eet kauwt daarmee z'n gebit op een natuurlijke manier schoon. Een goede en voor hond en baas aangename manier van gebitsverzorging is het geven van verantwoorde kluiven. Door het kauwen wordt het gebit goed gebruikt en onderhouden.
Wanneer een hond brokvoer eet en regelmatig een goede kluif krijgt zal hij meestal geen andere vorm van gebitsverzorging nodig hebben.

Temperatuur
Honden hebben een lichaamstemperatuur die tussen de 37,5 en 38° c ligt. Het is een goede gewoonte om iedere dag met je vinger onder de lip de temperatuur te voelen. Je voelt dan heel snel wanneer de temperatuur te hoog is of te laag. In dat geval kun je voor een meer preciezere bepaling met een thermometer de temperatuur opmeten.
Het meest handig gaat dit met twee personen waarbij een de kop van de hond stilhoudt terwijl de ander de thermometer rectaal inbrengt.

Hartslag
De hartslag van een hond ligt tussen de 60 en 150 slagen per minuut. Grote honden hebben een lagere hardslag dan kleinere honden. Het gemakkelijkst kun je de hartslag meten bij de ader die loopt in de dij tussen de heup en de knie. Leg een vinger op de ader en tel 15 seconden (gebruik hiervoor niet je duim, want dan voel je je eigen hartslag). Vermenigvuldig het aantal slagen met 4 en je hebt de hartslag per minuut. Wanneer je dit een aantal keer oefent op een moment dat je hond gezond is krijg een goed beeld van de normale hartslag van je hond. De hartslag moet regelmatig zijn.

Ademhaling

Een normale ademhalingsfrequentie ligt tussen de 10 en 30 maal per minuut. Dit geldt voor een hond in rust. Na heftige actie neemt de ademhaling natuurlijk toe. Wanneer de hond zonder veel activiteit zeer snel ademt kan dat wijzen op hartklachten maar ook, afhankelijk van de situatie, op pijn of heftige stress.

Plas en poep
Het is misschien niet zo'n fris karwijtje maar... bekijk regelmatig de plas en poep van je hond. Controleer op bloed in de urine, neemt de frequentie van plassen ineens toe of juist drastisch af? Dan is er iets aan de hand (bv blaasontsteking). De poep van een hond moet wormvrij zijn. contoleer of er geen bloed in zit en of de hond niet aan de diaree is.

Pijn
Er wordt vaak beweerd dat honden een hogere pijngrens hebben dan mensen. Dit idee wordt gesteund doordat honden soms met ernstige kwalen, die in vergelijkbare situaties bij de mens zeer pijnlijk zijn, nauwelijks zichtbare signalen van pijn tonen. Dit wil echter helemaal niet zeggen dat ze die pijn niet voelen. Het is een sterk overleving mechanisme van dieren om pijn en zwakte niet te tonen. In de natuur zijn de zwakkere dieren vaak het mikpunt van een roofdier of ze worden gedegradeerd in rang die ze in een groep hebben. Het tonen van pijn pakt dus vaak ongunstig uit. Honden zijn dus eerder beter in het verbergen van hun pijn dan dat ze geen pijn voelen. Dus wanneer honden signalen van pijn laten zien dan is dat in de regel al behoorlijk ernstig. Signalen van pijn kunnen zijn: piepen/of janken, borstelen (het opzetten van de haren op nek en rug), snel hijgen, anders bewegen, proberen om lichamelijk contact te vermijden, en soms ook agressie wanneer je de hond wil benaderen. Het wil geenszins zeggen dat het vertoon van een van deze signalen altijd betekent dat de hond pijn heeft, maar wees dan wel op je hoede.






Lichaamstaal mens en hond
Zoveel boeken over honden. In ieder boek vindt je terug hoe je een hond moet opvoeden of trainen voor het één of ander. En dan zijn er nog vele dvd’s die het gedrag van honden, wolven, wilde en half verwilderde honden tonen. Natuurlijk is het prachtig om te zien hoe zij zich onderling gedragen en hoe een dergelijke roedel met elkaar leeft en overleeft. Ook worden er op vele universiteiten gedragstesten gedaan en ontwikkeld maar hier gaat het om enkele honden die onderworpen worden aan testen om hun gedragingen op diverse prikkels te onderzoeken en te leren herkennen. Honden met gedragsproblemen zouden volgens de boeken ook niet meer voor hoeven komen als men de vele oplossingen opvolgt. Toch is het tegendeel waar. Hier kan men verschillende theorieën op los laten, men leest de boeken niet, de informatie is niet toereikend of men vergeet dat het opvoeden van een hond tijd en veel energie kost.
Ook wordt er altijd en alleen gesproken over “hoe honden leren”. Maar als wij nu eens “ leren van honden”.

Uw non verbale taal leert een hond heel snel en de verbale taal leert hij gedurende de dag. Alles wat wij zeggen wordt namelijk ondersteund door een fysieke verandering. Onze gezichtsuitdrukking, lichaamshouding, de beweging van onze armen, benen en handen. Omdat honden zo goed zijn in het lezen van onze lichaamstaal leren ze snel de woorden die bij een bepaalde lichaamshouding en handeling horen. Honden leren dit doordat zij de gehele dag op ons letten.

Maar de houding van de honden veranderd even goed wanneer zij de intentie tot een handeling hebben. Ook de verbale taal van de hond geeft aan wat er gebeurd of gaat gebeuren en verbaal en non verbaal geeft met zijn lichaamshouding zijn emotie weer. Wanneer u leert om deze veranderingen in de hond net zo goed te herkennen als hij u non verbale en verbale taal kunt u hier op in spelen.

Zoals zij van ons leren kunt u dus van hen leren.

Doofheid bij honden
Doofheid is het onvermogen van een hond om geluid te horen. Doofheid kan aangeboren zijn of ontstaan door externe oorzaken. Bij het laatste moet gedacht worden aan beschadigingen aan het oor of de hersenen door bijvoorbeeld geweld tegen de schedel.
Aangeboren doofheid kan ontstaan door afwijkingen aan het binnenoor, de zenuwen of de hersenen.
Van ongeveer 35 hondenrassen is bekend dat ze last kunnen hebben van aangeboren doofheid.
Honden die deze aandoening hebben dienen niet gebruikt te worden om te fokken.

Doofheid kan vastgesteld worden door de hond te testen . Deze testen zullen moeten worden uitgevoerd door een dierenarts.

HET ONDERZOEK VAN AANGEBOREN DOOFHEID

Drs. Nico Dijkshoorn en drs. Tanjo van der Wel, dierenartsen te Zeist
Congenitale doofheid kan eenzijdig of beiderzijds voorkomen, waarbij vooral de eenzijdige lastig valt vast te stellen. Als een puppy niet wakker wordt door een zeer luid lawaai dan is deze haast zeker tweezijdig- niet horend. Maar een eenzijdig-horende pup kan zeker niet betrouwbaar worden opgespoord. Daarom gebruiken is er een elektrondiagnostische test, de BAER- of BAEP- test als een objectieve beoordeling.
Deze BAER- ( Brain stem Auditory Evoked Response ) of BAEP ( Brain stem Auditory Evoked Potentials) test is een elektrondiagnostische test waarin elektrische activiteit wordt geregistreerd op de schedel als antwoord op geluidsimpulsen. Hiervoor wordt door de computer 1000 maal een geluidsimpuls, met een frequentie van 11 per seconde met een bepaalde sterkte (70 - 96 decibel) in de gehoorgang toegediend. De elektrische activiteit die bij een horend oor in de hersenen ontstaat wordt afgeleid met op de schedel onderhuidgeplaatste naaldelektroden (een actieve elektrode onder de oorschelp van betreffende oor, een aardelektrode onder oorschelp van andere oor en referentieelektrode op het midden van de schedel, en geleid naar een speciaal voor dit doel bestemde computer die de gemeten activiteit van alle impulsen verwerkt in een grafiek. De gemiddelde hersenactiviteit van 1000 geluidsimpulsen wordt weergegeven op het beeldscherm en uitgeprint.

De eerste piek wordt geproduceerd door het middenoor en de oorzenuw en de volgende pieken in de hersenen. Het testresultaat van een doof oor is een hoofdzakelijk vlakke lijn. De metingen van beide oren worden in duplo uitgevoerd, waarvan de resultaten onder normale, ongestoorde omstandigheden vrijwel identiek zijn.

a. BAER grafiek in duplo van een normaal horend oor: de eerste piek vertegenwoordigt de activiteit afgeleid van het middenoor en de oorzenuw, (8 ste. kopzenuw). De pieken erna geven van activiteit van de hersenstam weer,
b. BAER grafiek in duplo van een niet horend oor, er wordt geen activiteit in het middenoor en hersenen gemeten. Het resultaat is een hoofdzakelijk vlakke grafiek.

Duidelijk is dat bij een normaal horende pup alle grafieken als figuur a te zien zijn en bij een beiderzijds niet-horende alle grafieken als fig. b te zien zijn. Elk oor wordt twee maal getest met een geluidsterkte van 70 dB. Is het oor bij deze sterkte niet horend dan wordt de test herhaald met een geluidssterkte van 90 dB.

Kalmering of verdoving is bij een rustig dier niet altijd nodig.
Bij een- en tweezijdig horende dieren kan soms op verzet gerekend worden en is geringe kalmering soms nuttig om storingen tengevolge van bewegingen van de kop en of spiercontracties te voorkomen.
Optimale response van de baertest mag men verwachten op de leeftijd van 6 weken.

Potentiële problemen in het kader van dieren met beiderzijdse doofheid zijn er velerlei en kan een doof dier gevaar opleveren in leefomgeving:
- makkelijk slachtoffer in verkeer, of
- veroorzaker van verkeersongeluk (motorongelukken), een doof dier kan soms ernstige verwondingen toebrengen aan kinderen, wanneer de hond schrikt van hun vaak plotselinge nadering,
- storing in de sociale ontwikkeling van het dier.

Halfzijdig niet-horende dieren vormen minder problemen.
Bij bepaalde dieren is er een verhoogde kans op aangeboren doofheid. Dit zijn honden met een hoofdzakelijk witte vacht (bv. Dalmatische hond, Argentijnse dog, Bull terriër, Engelse Setter). Het komt ook meer voor bij honden met een merle gen (bv.Collie, Shetland Sheepdog en Australian Cattledog).

Internationaal wordt geadviseerd niet te fokken met niet-horende dieren.
Ook niet met eenzijdig-horende dieren. Eenzijdig-horende dieren hebben nog wel een oor om te horen, maar zijn wel drager van een genetisch defect . Hiermee fokken zal op termijn meer dove dieren geven (Strain).

SAMENVATTING:
De BAER test levert een objectieve en reproduceerbare en dus betrouwbare, zuivere indruk op van de gehoorfunctie.
Het betreffende onderzoek geeft van zowel het linker als het rechter oor aan, of het desbetreffende oor DOOF of NIET-DOOF is.
Het onderzoek kan vanaf de leeftijd van 6 weken uitgevoerd worden. Het onderzoek zelf is pijnloos.

ADRES DOOFHEIDSONDERZOEK IN NEDERLAND:
Zeist:
Dierenartsenpraktijk Dijkshoorn
Utrechtseweg 50
3704 HE Zeist
tel: 030-6954264

Eersel:
Kliniek voor Gezelschapsdieren Eersel
Hint 16b
5521 AH Eersel
tel. 0397-518000



Nieren
Chronische nieraandoeningen komen relatief vaak voor, zowel bij honden als bij katten. Chronisch wil zeggen dat de aandoening langdurig aanwezig is. Hoewel ook jonge dieren last kunnen hebben van hun nieren, komen nierproblemen het meest voor bij oudere dieren, U kunt uw huisdier die aan een nieraandoening lijdt helpen door hem speciaal dieetvoer te geven. Deze pagina geeft u meer informatie over chronische nierziekten, en welke maatregelen u, met behulp van uw dierenarts, kunt nemen op het gebied van speciale voeding en verzorging.

De functies van de nieren
De nieren hebben een aantal belangrijke functies, Een daarvan is het filtreer en afvoeren van de afvalstoffen die in het lichaam ontstaan bij de stofwisseling. De nieren spelen ook een grote rol bij de waterhuishouding van liet lichaam Zij houden het bloedvolume en de bloeddruk op peil en regelen hoeveel vocht er dagelijks, in de vorm van urine, wordt uit gescheiden en hoeveel water er wordt heropgenomen in het lichaam Daarnaast produceren ze een aantal hormonen en reguleren de nieren samen met de mineralen calcium en fosfor en vitamine D de botopbouw en -afbraak.

De normale werking van de nieren
o Via de nierslagader wordt bloed, dat behalve bloedcellen, water en mineralen vooral afvalproducten van de voeding en stofwisseling bevat, naar de nieren gevoerd. De nierslagader vertakt zich in een wirwar van bloedvaatjes. Aan het einde van ieder bloedvaatje zit een filter en een opvangreservoir. De rijer bevat een groot aantal van deze filtersystemen, die zich bevinden in het buitenste gedeelte van de nier, de zgn. nierschors.
o Alleen de kleinste deeltjes worden door de bloeddruk via de filters in de opvangreservoirs geperst. Deze kleine deeltjes zijn zowel belangrijke voedingsstoffen als afvalproducten.
o Van het filter- en opvanggedeelte lopen kleine bonsjes, de zgn. niertubuli, naar het centrum van de nieren, het nierbekken. Deze buisjes, die zich bevinden in het middengedeelte van de nieren, het niermerg, zorgen voor de heropname van water en nuttige voedingsstoffen in het bloed en voor de afvoer van afvalstoffen naar het nierbekken. Door de heropname van water vindt er in het merg tevens een concentratie van de opgeloste afvalstoffen plaats.
o De afvalstoffen worden, in een geconcentreerde vloeibare vorm, vanuit het nierbekken via de urineleiders naar de blaas getransporteerd.
o De vloeistof met de geconcentreerde afvalstoffen, de urine, wordt in de blaas opgeslagen. Wanneer het dier aandrang krijgt om te plassen, loost het de urine via de urinebuis.

Eiwitten en fosfor
De eiwitten uit het voedsel worden in de darm in kleine deeltjes gesplitst, die aminozuren worden genoemd. Deze aminozuren worden vanuit de darm opgenomen in het lichaam en vervolgens gebruikt bij vele processen. Ze zijn onder meer nodig voor de groei, de vorming van spierweefsel, de productie van hormonen, de vervanging van oude cellen en de instandhouding van vele lichaamsfuncties. De aminozuren die niet worden gebruikt, worden omgezet in ureum en vervolgens door de nieren verwijderd via de urine.

Een belangrijke taak van de nieren is ook het op peil houden van bet fosforgehalte in het bloed. Fosfor is een mineraal dat samen met calcium het belangrijkste bestanddeel van botten en tanden vormt. Fosfor speelt ook een rol in de energievoorziening van het lichaam en is nodig bij de werking van een aantal enzymen. Is het fosforgehalte te hoog, dan zal het teveel aan fosfor via de urine uitgescheiden worden. Is het fosfor gehalte te laag, dan zullen de nieren slechts kleine hoeveelheid fosfor uitscheiden.

Chronisch nierfalen
Als het nierweefsel is aangetast, valt een deel van de nierfilters met bijbehorende nierbuisjes uit. De overgebleven nierfilters gaan extra hard werken om de taken over te nemen. Dit lukt in eerste instantie meestal goed. Pas als er te weinig gezond weefsel over is om de taken te vervullen, kunnen de nieren het niet meer bolwerken . Belangrijk is het om te weten dat uw huisdier pas verschijnselen gaat vertonen wanneer 2/3 van de nierfunctie onherstelbaar verloren is.

Wanneer de nieren de afvalstoffen niet goed meer uit het bloed kunnen filteren, hopen deze stoffen zich op in het bloed. Dit kan verschillende klachten veroorzaken, zoals een slechte eetlust, gewichtsverlies, veel dorst en braken. Ook kunnen de nieren de urine niet meer goed concentreren omdat de nieren niet genoeg water kunnen heropnemen in het bloed, Dit leidt tot uitdroging en tot de productie van grote hoeveelheden sterk verdunde urine, waardoor het dier meer gaat drinken en veel en meer gaat plassen (ook 's nachts).
Uw dierenarts kan via een bloedonderzoek de nierfunctie controleren door de hoeveelheid afvalstoffen (met name ureum en creatine) in het bloed te meten. Genezing van het nier falen is niet mogelijk, maar het juiste dieet kan de nieren helpen efficiënter te werken, de klachten helpen verminderen en de voortgang van de ziekte helpen vertragen.

De voeding van huisdieren met een chronische nieraandoening
Het aanpassen van de voeding is een belangrijk onderdeel van de behandeling van nieraandoeningen. In de meeste gevallen zal uw dierenarts uw huisdier een speciale dieetvoeding voorschrijven, het zogenaamde nierdieet voorschrijven, wat een lager eiwit en fosforgehalte bevat dan de normale voeding.
Het doel van het dieet is:
o Het verminderen van de klachten door de hoeveelheid afvalstoffen in het bloed niet te hoog te laten worden.
o De voortgang van de ziekte te vertragen, door verder verlies van de nierfunctie zo veel mogelijk te beperken.

Minder eiwit
Door uw huisdier een dieet te geven dat minder eiwitten bevat, kan de, ophoping van afvalstoffen, zoals ureum verminderd worden. Hierdoor krijgt het dier minder klachten.

De hoeveelheid eiwit mag echter ook weer niet te laag zijn, anders krijgt het dier niet genoeg eiwitten binnen voor celvernieuwing en het onderhouden van bepaalde lichaamsfuncties

De eiwitten moeten van een goede kwaliteit zijn, zodat ze zoveel mogelijk door het lichaam worden opgenomen en gebruikt en de hoeveelheid afvalstoffen zo klein mogelijk blijft.

Minder fosfor

Om de voortgang van de aandoening zoveel mogelijk te vertragen is het ook heel belangrijk om de hoeveelheid fosfor in de voeding te verlagen. Wanneer de nieren niet in staat zijn om fosfor uit het bloed te verwijderen, stapelt het zich op in het bloed. Dit verhoogde fosforgehalte brengt een aantal biochemische processen teweeg, die kunnen leiden tot verder verlies van de nog werkende niertubuli. Hierdoor kunnen de nieren nog minder fosfor verwijderen en dit leidt tot nog verder verlies van de nierfunctie. Door de hoeveelheid fosfor in het dieet te verlagen, kan dit proces worden vertraagd.

Een dieet met een laag eiwit- en fosforgehalte helpt dus zowel de klachten te verminderen als de voortgang van de aandoening te vertragen. Bij de hond hangt de mate van eiwitbeperking in het dieet af van de ernst van de aandoening. Daarom zijn er twee diëten voor de hond. Voor beginnende klachten kan een matige beperking van het eiwitgehalte voldoende zijn, terwijl in een verder stadium een streng beperkt eiwitgehalte noodzakelijk is. Om het ziekteproces zoveel mogelijk te vertragen, is een laag fosforgehalte in beide gevallen noodzakelijk. Omdat katten echte vleeseters zijn hebben zij een hogere eiwitbehoefte dan de hond. Daarom moet het eiwitgehalte in het nierdieet van de kat wel beperkt zijn, maar niet zo laag als bij de hond. Daarnaast moet ook voor de kat het fosforgehalte verlaagd zijn,

Meer energie en extra smakelijk
Honden en katten met een nierziekte hebben vaak een slechte eetlust. Het is belangrijk dat ze voldoende eten om op (hetzelfde) gewicht te blijven, omdat gewichtsverlies een extra belasting voor de nieren kan zijn. Het ideale dieet bevat daarom veel energie (calorieën) en lage hoeveelheden eiwit en fosfor. Daarnaast moet het extra smakelijk zijn, zodat zelfs dieren met een verminderde eetlust het graag eten. Omdat slecht werkende nieren de urine niet goed meer kunnen concentreren, produceert het dier meestal grote hoeveelheden, verdunde urine. Deze, extra urineproductie kan leiden tot het verlies van bepaalde nuttige voedingsstoffen, zoals B-vitaminen. Daarom is liet belangrijk dat het dieet ook extra B-vitaminen bevat.

Aangezien de voeding zo belangrijk is voor de behandeling van een nieraandoening, zal uw dierenarts uw huisdier meestal een speciale dieetvoeding voorschrijven.

Afhankelijk van de ernst van de nieraandoening kan uw dierenarts uw huisdier een dieet met een laag eiwitgehalte (hond en kat) of met een matig beperkt eiwitgehalte (hond) voorschrijven.

Het eiwitpercentage op het etiket
Het eiwitpercentage op het etiket van een gewone blikvoeding en een nierdieet verschilt meestal niet zo veel, waardoor er vaak gedacht wordt dat de eiwitgehaltes van beide voedingen min of meer gelijk zijn. Het nierdieet bevat echter absoluut veel minder eiwit. Dat komt doordat de dieetvoeding 2 tot 3 keer zoveel energie bevat, waardoor het dier er veel minder van hoeft te eten en daarmee ook veel minder eiwit binnen krijgt. Per energie~eenheid bevat het dieet dus duidelijk veel minder eiwit dan een gewone voeding. Daarnaast verschilt de dieetvoeding ook op andere gebieden, zoals het gebruik van zeer hoogwaardige eiwitten, beperking van het fosforgehalte en toevoeging van extra B vitaminen, Het vergelijken van percentages op het etiket van gewone en dieetvoeding heeft dus geen zin.

Patellaluxatie of knieschijfluxatie?
De knieschijf ofwel patella ligt normaal gesproken in een kraakbeensleuf aan het onderste gedeelte van het bovenbeen. Bij patellaluxatie schiet deze van zijn plaats (naar binnen of naar buiten). De knieschijf heeft een belangrijke functie in het mechanisme van de kniebuiging. Bij een luxatie van de knieschijf valt deze functie weg. Daardoor kan de hond niet meer goed op dit been steunen.

Knieschijfluxatie kan aan één poot voorkomen maar vaker zien we het beiderzijds. We zien het bij de jonge hond vanaf een week of 8 maar we zien ook vaak pas problemen op latere leeftijd. In principe kan patellaluxatie bij alle rassen voorkomen. We zien het echter het vaakst bij de kleine en minirassen.



                    Normale knie                 Knie met patellaluxatie.

Dat patellaluxatie een complex probleem is, blijkt wel uit de verschillende classificaties waarin deze aandoening wordt onderverdeeld.
Onderverdeling in voorkomen
Mediale luxatie (luxatie naar binnen) bij mini, kleine en grote hondenrassen.
Laterale luxatie (naar buiten) bij mini en kleine hondenrassen
Laterale luxatie (naar buiten) bij grote hondenrassen
Onderverdeling naar oorzaak

Erfelijkheid
Genetisch bepaalde anatomische afwijkingen veroorzaken de patellaluxatie. Zo kan de tibia (het stukje bot waar de kniepees aan vast zit) te veel naar binnen staan waardoor de knieschijf buiten de kraakbeensleuf gedwongen wordt.

Traumatisch
Door een ongeluk kunnen een of meerdere bandjes afscheuren die normaal de knieschijf op zijn plaats houden

Tgv lichamelijke afwijkingen
Andere aandoeningen kunnen ervoor zorgen dat de knieschijf losser in de kraakbeensleuf ligt. De ziekte van Cushing is zo’n voorbeeld. Door verslapping van de pezen en spieren wordt de knieschijf niet vast genoeg meer in de sleuf gehouden.

Onderverdeling in de ernst van luxatie (vooral belangrijk voor de keuze van de behandeling)

Patellaluxatie kan in verschillende gradaties voorkomen; van heel af en toe tot permanent op de verkeerde plaats. We maken de volgende onderverdeling hierin;

Graad 1
De knieschijf is te luxeren bij een gestrekte poot de knieschijf met de hand te verplaatsen. Wanneer de poot weer in de normale stand staat schiet de knieschijf vanzelf weer terug.

Graad 2
Hierbij schiet de patella er regelmatig naast en blijft dan in geluxeerde positie voor kortere of langere tijd. Sommige honden “zetten” de knieschijf zelf weer op de plaats door de poot naar achteren te strekken. Door het regelmatig op en af schieten van de knieschijf ontstaan kraakbeen fermiteiten, artrose en afvlakking van de kraakbeensleuf.

Graad 3
De knieschijf is permanent geluxeerd, wanneer de knieschijf weer in de goede positie gezet wordt schiet deze er vanzelf weer uit. De kraakbeensleuf is ondiep of zelfs afgevlakt. De poot wordt wel belast maar staat vaak in doorgebogen positie.

Graad 4
De knieschijf is permanent geluxeerd en de kraakbeensleuf is afgevlakt of schuin aflopend. Honden houden de poot omhoog of bij beiderzijdse luxatie lopen ze extreem afwijkend wijdbeens.

Symptomen van patella luxatie bij de hond

Verschijnselen van patellaluxatie kunnen variëren van heel af en toe door de betreffende poot zakken tot permanente afwijkende loop waarbij de dieren met de knieën naar buiten lopen. Wanneer de knieschijf weer in de goede positie schiet zijn de problemen ook weer direct verdwenen.

Bij mediale patellaluxatie kunnen we globaal drie groepen onderscheiden;

Pasgeborenen en puppies

Problemen van afwijkend gebruik van een of beide achterpoten vanaf de tijd dat ze echt gaan lopen. Vaak zijn dit de dieren met patellaluxatie graad 3 of 4.

Jonge tot volwassen honden
Deze dieren hebben vaak altijd al een wat afwijkende gang maar deze kan langzaam verergeren. Deze gevallen hebben vaak patellaluxatie graad 2 of 3.

Oudere dieren
Oudere dieren met patellaluxatie graad 1 of 2 hebben vaak in hun leven slecht geringe verschijnselen. Vaak zien we bij deze dieren plotselinge kreupelheid en pijn door verergering van de luxatie en/of door de toename in de vorming van artrose.

Hoe stellen we de diagnose patellaluxatie?

De diagnose wordt gesteld aan de hand van het verhaal (anamnese) en het onderzoek waarbij met een speciale handgreep wordt gekeken of de knieschijf te luxeren is. In enkele gevallen is het beter dit onderzoek onder een lichte sedatie te doen.

Het maken van röntgenfoto’s is niet direct noodzakelijk voor de diagnose maar sluit wel andere oorzaken uit en kan informatie geven over de prognose en de keuze van behandelmethode.

Wat is de behandeling voor te losse knieschijven?

De behandeling van de patellaluxatie is afhankelijk voor de graad en de oorzaak van de luxatie.

Graad 1 patellaluxaties worden nogal eens niet behandeld (niet in de laatste plaats omdat de verschijnselen zo gering zijn). Toch is het zeer waarschijnlijk dat, door de regelmatige luxaties, een pijnlijk gewricht ontstaat. Bovendien kunnen hierdoor botafwijkingen ontstaan waardoor de luxatie steeds erger wordt.Het is dan ook zo dat de meeste van deze gevallen beter geopereerd kunnen worden.

De overige graden van patellaluxatie komen zeker in aanmerking voor chirurgie. Afhankelijk van de graad van de patellaluxatie kan er voor de volgende operatieve ingrepen gekozen worden, ook combinaties van deze methoden worden gebruikt;

Strak hechten van het kapsel; hierdoor kan de knieschijf minder snel luxeren

Uitdiepen van de kraakbeensleuf; hierdoor valt de knieschijf dieper in de sleuf en zal minder gemakkelijk luxeren.

Teugeltechnieken; hierbij kunnen teugels van onoplosbaar materiaal gebruikt worden om de knieschijf op de plaats te houden en/of de aanhechtingsplaats van de kniepees in de goede positie te houden.

Transpositie van de aanhechtingsplaats; hierbij wordt de aanhechtingsplaats van de kniepees losgebeiteld en in de goede positie teruggezet met pinnetjes.

Uitgebreide botchirurgie; in enkele gevallen zijn de anatomische afwijkingen van dien aard dat complete standscorrecties nodig zijn.

Vooruitzichten

De vooruitzichten na chirurgie zijn uitstekend, doel van de chirurgie is compleet functioneel herstel.

Fokken met patellaluxatie

Afgezien van de traumatische patellaluxatie (dus na een ongeluk) wordt het fokken van honden met een patellaluxatie ten zeerste afgeraden. De kans dat deze aandoening wordt doorgegeven is zeer groot, neem uw verantwoordelijkheid hier dus in!

Preventie van patellaluxatie

Helaas zijn losse knieschijven niet te voorkomen. Het enige wat we kunnen doen is goede selectie van de dieren die we gebruiken voor de fok. Gelukkig is het bij een aantal rassen verplicht de dieren te laten onderzoeken door een specialist om de graad van luxatie vast te laten stellen.

Samenvatting

Patellaluxatie of losse knieschijven is een veel voorkomende aandoening bij kleine hondenrassen. Hierbij schiet de knieschijf regelmatig van de plaats waardoor een kreupele gang ontstaat. De meeste vormen van patellaluxaties zijn gebaat bij chirurgie. De vooruitzichten na chirurgie zijn uitstekend.


Copyright © off daikini bullterriers - harry-webdesign - foto's: Luïsa